PIETERS HORTENSIA
Oude Brusselseweg 38 B
B 9090 Melle
Tel. - Fax : 09/231.49.10
Hortensiakwekers van vader op
zoon:
"We leveren kwaliteitsplanten door
vakmanschap, traditie en liefde voor de planten"
|
Aan het einde van de 19de eeuw was de hydrangea een exotische modeplant, waarvan men aannam dat hij niet helemaal winterhard was. Helemaal onredelijk was dat niet, omdat bij late vorst de knoppen kunnen bevriezen en de eerste cultivars misschien niet de meest rustieke waren. Bovendien waren de planten duur in aanschaf. De hortensia werd dan ook beschouwd als kas- of oranjerieplant. Die reputatie leidde ertoe dat de rijken en de adel de hortensia adopteerden als een edele plant met status. De plant werd in hoge kringen minder populair toen bleek dat deze planten ook wilden bloeien in de voortuintjes van de tuinlieden, die een stekje mee naar huis genomen hadden. Uit de teelt in kassen en serres
ontstond een geforcerieteelt. Hortensia's werden tot voor enkele decennia nauwelijks in de tuin geplant. Het waren typische kamer en oranjerieplanten.. Als tuinplant waren ze minder geliefd. Misschien omdat de geforceerde planten, nadat ze in de tuin waren uitgeplant, een lange aanpassingsperiode nodig hadden en de gebruikte cultivars niet altijd voldeden. De revival in de Belgische en
Nederlandse tuinen is van tamelijk recente datum. Nu zijn hortensia's
buitengewoon populair. Bea en Guy Pieters koesteren in Melle hortensia's. Computers spelen een rol in het bedrijf, maar toch laat Guy het niet na om elke viresnacht even uit de veren te gaan en een inspectieronde te houden. Bezorgdheid om de kwaliteit is
tekenend voor dit kwekerspaar. Guy is trots op zijn grootvader
die de kwekerij in 1922 stichtte: Octaaf Pieters had ambitieuze plannen en geen geld, een voor die tijd moeilijke combinatie. Geld lenen lag minder voor de hand dan nu. Hij slaagde er in van een rijke inwoner van Merelbeke geld te lenen. Het was voldoende voor de overtocht naar Amerika. Het was winter 1913. Octaaf Pieters was een echte
avonturier. Negen jaar werkte hij als tuinman bij rijke Amerikanen. Hij
wou geld verdienen om later in eigen land een zelfstandig bedrijf op te
richten. Hij werkte hard en werd gefascineerd door de planten. |
Toen hij terugkeerde
kocht hij met zijn dollars een hectare grond in melle en bouwde er een
huis en een serre: zijn bedrijf startte.
Hij teelde vooral knolbegonia's, clivia's,
glocinia's, azalea's en ... hortensia's. Dat was de kalssieke manier van
werken in de bloemenstreek van Gent in de jaren na WOI. Zijn hortensia's waren populair, maar dan bijna uitsluitend als voorjaarsbloeiende kamerplanten. Bijna veertig procent van de toenmalige gekweekte hortensia's waren witbloeiende variëteiten. De hortensia's sleet hij in grote mate aan exporteurs. Hij had vaste klanten in Wallonië, Duitsland, Frankrijk en een enkele keer leverde hij ook hortensia's aan Britse kopers. In 1925 werd zoon André geboren. Als kind liep hij rond tussen de rijen hortensia's van het bedrijf. André was 15 jaar toen hij bij zijn vader (Octaaf) in de zaak kwam. Het was aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De productie van hortensia's en andere bloeiende potplanten heeft ook in die moeilijke periode nooit helemaal stilgelegen, maar na de oorlog kwam de bloemenkweek maar traag terug op gang. "In 1948 stapte mijn vader in het
huwelijksbootje. Hij was een vlotte man, maar ook een harde werker. Tien
jaar later had hij het bedrijf overgenomen en schoeide hij het op een
andere leest. In de eerste jaren lag de klemtoon op de export. Er werden gretig afnemers gevonden in Amerika en Canada. In de jaren zestig kwam er een abrupt einde aan deze handel. Na de ontdekking van het aardappelcystenaanltje in 1963 in aarde van ingevoerde planten uit een Gents bedrijf, sloot Canada zijn deuren voor de Belgische markt. De invoerbeperkingen naar Canada en de VS
gelden nog steeds. "In 1968 was ik 18 jaar. Ik heb er niet bij stilgestaan en vond het haast vanzelfsprekend dat ik in de zaak kwam. De liberalisering van d eEuropese handel had als gevolg dat de importeurs hun alleenheerschappij verloeren. Hun verdiensten liepen terug. Langzamerhand verloren we de Spaanse markt, en moesten vrouw Bea en ik naar alternatieven uitzien." (Guy Pieters) In de jaren 1970 was er een kentering merkbaar: de belangstelling voor de tuin en tuinplanten nam toe. Tuinliefhebbers wilden ook hortensia's in hun tuin, maar het was moeilijk degelijke struiken te vinden. "In 1974 namen we de zaak van
mijn vader over. Hij is ons tot aan zijn dood in 1995 blijven bijstaan.
Ik begreep snel dat buitenplanten van hoge kwaliteit een steeds groter
wordend gat in de markt konden opvullen. We kweekten langer op. |
Klik op de thumbnails om de foto op groter formaat in een nieuw venster te
bekijken.
Klik nadien op de grote foto om het venster opnieuw te sluiten.